Aart Bergwerff (orgel) en Gregoriaans Koor Utrecht o.l.v. Anthony Zielhorst
Aan de serie Bach op vrijdag worden in samenwerking met Stichting Cultuur en Muziek in de Lutherse Kerk drie concerten toegevoegd, waarin – onder hetzelfde thema – het fraaie 18de-eeuwse Bätz-orgel van de Lutherse kerk centraal zal staan.
Dansvormen in Franse en Duitse orgelmuziek.
In dit concert hoort u composities van Johann Sebastian Bach, André Raison en Georg Böhm
J.S. Bach – Passacaglia in c kl.t. BWV 582
A. Raison – Messe du deuxième ton
G. Böhm -Partita "Ach wie flüchtig, ach wie nichtig"
Bachs Passacaglia is van een uitzonderlijke schoonheid maar het thema is niet uniek. Raison gebruikte de eerste vier maten van dit thema reeds in zijn Christe Eleison van de Messe du deuxième ton, in een Trio en een Passacaille. In het concert van vanmiddag worden delen uit de Messe du deuxième ton uitgevoerd zoals deze bedoeld zijn: alternatim met het Gregoriaans koor.
Böhms partita "Ach wie flüchtig, ach wie nichtig" is een variatiereeks over het Lutherse koraal. Maar in wezen is het een Franse orgelsuite, geïnspireerd door de Franse musici aan het hof van Celle, dichtbij Lüneburg, Noord-Duitsland. De klassieke registraties van de Franse orgelsuite kunnen naadloos worden toegepast in deze koraalvariaties van Noordduitse bodem: Plein Jeu, Récit de Nasard, Dessus de Cromorne, Basse de Trompette, Flûtes en Grand Jeu. Tussen de variaties door zingt het koor de strofen van het Lutherse koraal.
Carl Philipp Emmanuel schreef dat zijn vader de werken van Böhm bewonderde
en bestudeerde: Böhms invloed op Bach is inderdaad evident in zijn koraalpartita’s en -bewerkingen.